Na een korte wandeling met zicht op wat de skyline van Windsor moet voorstellen, kwamen de drie p’tits belges aan bij de Joe Louis Arena. Meer dan 50%korting was voldoende om ons de rivier te doen oversteken voor een ijshockeywedstrijd. De arena telt zo’n 22.000 zitjes die toch voor een dikke 80%vol zaten. De toeschouwers hier verschillen wel wat met 'de supporter' van bij ons.
Ik ben wel al eens als toeschouwer naar sportwedstrijden gaan kijken. Van klasse sporten als Formule 1, zwemmen en klimmen tot spelletjes als eerste klasse voetbal en andere. Mijn vroegste levendige herinnering als toeschouwer is een voetbalmatch. Ik mocht samen met mijn overbuur en ‘de Robbie’ naar KVMechelen gaan kijken ‘met de Robbie zijne pa’. Ik was toen nog niet de beer die ik nu ben, erediensten werden nog niet aan mij opgedragen en mijn lichaam had de status van kathedraal nog niet bereikt. Ik was een ukje, een dropke, mijn lichaam had destijds meer weg van een klein Maria kappeleke (het soort dat je enkel nog langs kronkelende Vlaamse wegen aantreft) waar het dak was van afgewaaid en Maria een van de zijmuren had gebruikt als vlot om samen met haar kindje Jezus betere oorden op te zoeken. Ik was niet meteen de grootste.
Die match ‘met de Robbie zijne pa’ was dan ook een kleine jongen tussen de grote jongens ervaring. Net voor ik de deur uitliep en de auto in te springen, ritste mijn moeder mijn jas toe, gaf ze me een kus op de wang en stopte een muts in mijn jaszak ‘want die was ik zeker vergeten’.
Uiteraard was ik die vergeten, een man besteed zijn tijd niet aan zo’n futiliteiten.
Als jonge welpen tussen de leeuwen brulden wij onze ploeg naar de overwinning, dat was toch ons plan. Halverwege de eerste helft kregen mijn welpenoortjes het echter koud en besloot ik dat een muts toch best iets mannelijks had. Moderne mutsen zijn ‘kant en klare’ trek over je hoofd toestanden. De muts die in mijn jaszak zat was echter een old skool model, een uitgerekte ellips die aan beide zijde is dichtgestikt. Het opzetten van een old skool muts vereist de nodige aandacht. Tijdens de zoveelste ‘chocomousse gaat eraf en chocolat komt erop’ kreten regen waar ik de bijdrage aan de overwinning van ‘ons KV’ maar niet kon vatten, ging ik dan ook aan de slag. Verbazend snel had ik de juiste vorm te pakken en stond de muts op mijn hoofd. Verbazend snel had ‘de Robbie zijne pa’ mijn muts te pakken en zat ze weer in mijn jaszak. KVMechelen speelde tegen Charleroi (de zebra’s), wij stonden achter het doel van dé KV, mijn muts had zwart met witte strepen.
Of de kakkers met onze steun hebben gewonnen weet ik niet meer, ik weet alleen dat ik koude oren had en nooit nog met ‘de robbie zijne pa’ naar de voetbal ben gaan zien.
De Red Wings spelen in rood-wit, de Rangers spelen in het rood-wit-blauw. Gesterkt door mijn ervaring koos ik voor een neutrale kleur van trui met als opdruk ‘university of Windsor’.
In de NHL is er echter geen scheiding tussen de verschillende supportersvakken, iedereen zit hier vrolijk naast mekaar. De wedstrijd is echter maar 70% van de ervaring, de rest van de tijd brengen de fans door met het aan en afhalen van pizza’s, donuts, hamburgers, hotdogs, popcorn, cola, bier, whisky en andere dranken. De sportconsument leeft hier! zoveel is duidelijk.
Het gamma aan kreten is hier zeer beperkt, supportersliederen nagenoeg onbestaande. Ik heb mijn uiterste best gedaan om de Red Wings naar een gevecht te schreeuwen maar geen van de Red Knights die zijn handschoenen durfde te werpen om de vuisten op te rapen. De Red Wings zijn een finesse ploeg en mijden elk gevecht, ze wonnen wel in over-time met 5-4 van de Rangers. De fans leken me echter meer 'spectators' dan 'supporters'. Mijn buurman zat getooid in een Red Wings jersey, kocht hot dogs en dronk bier maar brak niet bepaald de stilte toen 'zijn ploeg' hem nodig had.
Ijshockey is niet enkel leuk om te doen maar ook om naar te kijken, een echte aanrader! Maar als je kan ga dan kijken naar ploegen als de Edmonton Oilers, die vechten wel.
Ik probeer een van de komende weken een wedstrijd van Windsor mee te pikken, ‘no finesse but lots of fists’.
Ik ben wel al eens als toeschouwer naar sportwedstrijden gaan kijken. Van klasse sporten als Formule 1, zwemmen en klimmen tot spelletjes als eerste klasse voetbal en andere. Mijn vroegste levendige herinnering als toeschouwer is een voetbalmatch. Ik mocht samen met mijn overbuur en ‘de Robbie’ naar KVMechelen gaan kijken ‘met de Robbie zijne pa’. Ik was toen nog niet de beer die ik nu ben, erediensten werden nog niet aan mij opgedragen en mijn lichaam had de status van kathedraal nog niet bereikt. Ik was een ukje, een dropke, mijn lichaam had destijds meer weg van een klein Maria kappeleke (het soort dat je enkel nog langs kronkelende Vlaamse wegen aantreft) waar het dak was van afgewaaid en Maria een van de zijmuren had gebruikt als vlot om samen met haar kindje Jezus betere oorden op te zoeken. Ik was niet meteen de grootste.
Die match ‘met de Robbie zijne pa’ was dan ook een kleine jongen tussen de grote jongens ervaring. Net voor ik de deur uitliep en de auto in te springen, ritste mijn moeder mijn jas toe, gaf ze me een kus op de wang en stopte een muts in mijn jaszak ‘want die was ik zeker vergeten’.
Uiteraard was ik die vergeten, een man besteed zijn tijd niet aan zo’n futiliteiten.
Als jonge welpen tussen de leeuwen brulden wij onze ploeg naar de overwinning, dat was toch ons plan. Halverwege de eerste helft kregen mijn welpenoortjes het echter koud en besloot ik dat een muts toch best iets mannelijks had. Moderne mutsen zijn ‘kant en klare’ trek over je hoofd toestanden. De muts die in mijn jaszak zat was echter een old skool model, een uitgerekte ellips die aan beide zijde is dichtgestikt. Het opzetten van een old skool muts vereist de nodige aandacht. Tijdens de zoveelste ‘chocomousse gaat eraf en chocolat komt erop’ kreten regen waar ik de bijdrage aan de overwinning van ‘ons KV’ maar niet kon vatten, ging ik dan ook aan de slag. Verbazend snel had ik de juiste vorm te pakken en stond de muts op mijn hoofd. Verbazend snel had ‘de Robbie zijne pa’ mijn muts te pakken en zat ze weer in mijn jaszak. KVMechelen speelde tegen Charleroi (de zebra’s), wij stonden achter het doel van dé KV, mijn muts had zwart met witte strepen.
Of de kakkers met onze steun hebben gewonnen weet ik niet meer, ik weet alleen dat ik koude oren had en nooit nog met ‘de robbie zijne pa’ naar de voetbal ben gaan zien.
De Red Wings spelen in rood-wit, de Rangers spelen in het rood-wit-blauw. Gesterkt door mijn ervaring koos ik voor een neutrale kleur van trui met als opdruk ‘university of Windsor’.
In de NHL is er echter geen scheiding tussen de verschillende supportersvakken, iedereen zit hier vrolijk naast mekaar. De wedstrijd is echter maar 70% van de ervaring, de rest van de tijd brengen de fans door met het aan en afhalen van pizza’s, donuts, hamburgers, hotdogs, popcorn, cola, bier, whisky en andere dranken. De sportconsument leeft hier! zoveel is duidelijk.
Het gamma aan kreten is hier zeer beperkt, supportersliederen nagenoeg onbestaande. Ik heb mijn uiterste best gedaan om de Red Wings naar een gevecht te schreeuwen maar geen van de Red Knights die zijn handschoenen durfde te werpen om de vuisten op te rapen. De Red Wings zijn een finesse ploeg en mijden elk gevecht, ze wonnen wel in over-time met 5-4 van de Rangers. De fans leken me echter meer 'spectators' dan 'supporters'. Mijn buurman zat getooid in een Red Wings jersey, kocht hot dogs en dronk bier maar brak niet bepaald de stilte toen 'zijn ploeg' hem nodig had.
Ijshockey is niet enkel leuk om te doen maar ook om naar te kijken, een echte aanrader! Maar als je kan ga dan kijken naar ploegen als de Edmonton Oilers, die vechten wel.
Ik probeer een van de komende weken een wedstrijd van Windsor mee te pikken, ‘no finesse but lots of fists’.