Als je als kalkoen de 2e dinsdag van oktober haalt dan mag je camouflage pak er best wezen. De tweede maandag van oktober vieren ze hier in Canada Thanksgiving. Gigantische ovens worden gevuld met gigantische kalkoenen. Gigantische auto’s voeren mensen naar ovens, kalkoenen en familie.
Ik mocht dit weekend mee met Leigh naar zijn ouders in Hillsdale, zo’n 6uur rijden van Windsor (Noord-Oostwaarts). Tijdens de heenrit in de PT Cruiser waren we met z’n drieën: Leigh, ik en een gigantische kater. Gelukkig hadden we weinig verkeer en verliep de rit zonder al te veel hindernissen en scherpe bochten zodat de kater niet al te hard aandrong om gelucht te worden. Zaterdagochtend kregen we beide, de kater had toen reeds het hazenpad gekozen, een Canadian breakfast. Spek, eieren, aardappelen, toast met boter, spek, eieren, spek, toast, spek ... een stevige maaltijd dus. Omdat het niet altijd spek kan zijn trokken we daarna op jacht in de bossen van Hillsdale op zoek naar partridge. Mijn lodderig oog heeft 4 patrijzen vakkundig zien vluchten. Geen gebulder uit de loop, ze jagen hier niet met een tweeloop maar met een shotgun, de vogeltjes en de bomen deden hun werk net iets te goed. Omdat er toch op iets geschoten moest worden gingen we op zoek naar ander wild. Ook ik kreeg mijn kans! Een geweer (met kogel, 270 voor de kenners) met een grendel zoals de Duitse wapens in ‘den oorlog’ hadden deed dienst als verlengstuk van mijn mannelijkheid. Gebogen over de laadbak van de pick-up truck, benen gespreid en met de kolf stevig in de schouder ging ik op zoek naar een waardige tegenstander. Geritsel in het struikgewas, twijgjes breken, de spanning stijgt... Ik probeer mijn hartslag laag te houden ... eerst een beetje en daarna steeds meer... dead on target.. ik knijp in de trekker en mijn kogel vertrekt! Een ongelofelijk gesuis gaat door mijn oren, maar mijn schouder zit nog steeds netjes in de kom en voelt eigenlijk nog zeer fris. Vakkundig werp ik de huls uit en raap ze vervolgens op om de 100m die mij van mijn prooi scheiden in looppas te overbruggen. Huppelen leek me wat gevaarlijk met al die geweren in de buurt. Gehurkt en hijgend aanschouwde ik mijn ‘vol’treffer. Mijn schot was horizontaal netjes waar ik het hebben wou, maar zat zo’n 10cm onder de vitale organen. Zeker van mijn stuk wandelde ik trots en voldaan terug ‘dat is alvast een kartonnen doos minder om konijntjes te terroriseren’. Ik ondernam een iets minder succesvolle poging met een zwaarder kaliber (30.06 semi-automatic) maar trof de roos niet. ½ mag dan voor de lotto wel een aantrekkelijke kans zijn, maar een echte jager doet toch beter. Om mijn ‘stats’ op te trekken ging ik voor mijn laatste poging dan ook resoluut voor de kill met de shotgun. 20m tussen schutter en doel en een wolk van hagel om de meest verstrooide jager bij te staan. Zonder steun en met de kolf in de schouder ... een enorme knal ... mijn eerste bekommernis was dit keer niet ‘was het raak?’ maar wel ‘hangt mijn arm er nog aan ?’. De terugslag van de shotgun is belachelijk, maar doeltreffen doe je er wel mee.
Bij deze wil ik graag een paar mythes ontkrachten:
De terugslag bij een wapen met lange loop gaat linear naar achter, dus niet omhoog zoals in de films.
Arnold mag nog zoveel olie smeren en shakes drinken als hij wil, geen mens die een shotgun ‘single handed’ hanteert kan dat ding controleren.
De kalkoen voor zondag zat gelukkig al in de frigo en dus konden we na een lange jacht (lees: boswandeling, ‘hunting is not shooting’) huiswaarts keren. De tijd tussen het avondmaal hebben we besteed aan het oplappen van het dak van een schuur. De enige maaltijd die zo’n dag niet op een sisser kan laten eindigen is een steak. Met Van Halen op de achtergrond werkte ik mijn steak binnen. De kater was afwezig maar het bier liet ik toch maar passeren.
Ik mocht dit weekend mee met Leigh naar zijn ouders in Hillsdale, zo’n 6uur rijden van Windsor (Noord-Oostwaarts). Tijdens de heenrit in de PT Cruiser waren we met z’n drieën: Leigh, ik en een gigantische kater. Gelukkig hadden we weinig verkeer en verliep de rit zonder al te veel hindernissen en scherpe bochten zodat de kater niet al te hard aandrong om gelucht te worden. Zaterdagochtend kregen we beide, de kater had toen reeds het hazenpad gekozen, een Canadian breakfast. Spek, eieren, aardappelen, toast met boter, spek, eieren, spek, toast, spek ... een stevige maaltijd dus. Omdat het niet altijd spek kan zijn trokken we daarna op jacht in de bossen van Hillsdale op zoek naar partridge. Mijn lodderig oog heeft 4 patrijzen vakkundig zien vluchten. Geen gebulder uit de loop, ze jagen hier niet met een tweeloop maar met een shotgun, de vogeltjes en de bomen deden hun werk net iets te goed. Omdat er toch op iets geschoten moest worden gingen we op zoek naar ander wild. Ook ik kreeg mijn kans! Een geweer (met kogel, 270 voor de kenners) met een grendel zoals de Duitse wapens in ‘den oorlog’ hadden deed dienst als verlengstuk van mijn mannelijkheid. Gebogen over de laadbak van de pick-up truck, benen gespreid en met de kolf stevig in de schouder ging ik op zoek naar een waardige tegenstander. Geritsel in het struikgewas, twijgjes breken, de spanning stijgt... Ik probeer mijn hartslag laag te houden ... eerst een beetje en daarna steeds meer... dead on target.. ik knijp in de trekker en mijn kogel vertrekt! Een ongelofelijk gesuis gaat door mijn oren, maar mijn schouder zit nog steeds netjes in de kom en voelt eigenlijk nog zeer fris. Vakkundig werp ik de huls uit en raap ze vervolgens op om de 100m die mij van mijn prooi scheiden in looppas te overbruggen. Huppelen leek me wat gevaarlijk met al die geweren in de buurt. Gehurkt en hijgend aanschouwde ik mijn ‘vol’treffer. Mijn schot was horizontaal netjes waar ik het hebben wou, maar zat zo’n 10cm onder de vitale organen. Zeker van mijn stuk wandelde ik trots en voldaan terug ‘dat is alvast een kartonnen doos minder om konijntjes te terroriseren’. Ik ondernam een iets minder succesvolle poging met een zwaarder kaliber (30.06 semi-automatic) maar trof de roos niet. ½ mag dan voor de lotto wel een aantrekkelijke kans zijn, maar een echte jager doet toch beter. Om mijn ‘stats’ op te trekken ging ik voor mijn laatste poging dan ook resoluut voor de kill met de shotgun. 20m tussen schutter en doel en een wolk van hagel om de meest verstrooide jager bij te staan. Zonder steun en met de kolf in de schouder ... een enorme knal ... mijn eerste bekommernis was dit keer niet ‘was het raak?’ maar wel ‘hangt mijn arm er nog aan ?’. De terugslag van de shotgun is belachelijk, maar doeltreffen doe je er wel mee.
Bij deze wil ik graag een paar mythes ontkrachten:
De terugslag bij een wapen met lange loop gaat linear naar achter, dus niet omhoog zoals in de films.
Arnold mag nog zoveel olie smeren en shakes drinken als hij wil, geen mens die een shotgun ‘single handed’ hanteert kan dat ding controleren.
De kalkoen voor zondag zat gelukkig al in de frigo en dus konden we na een lange jacht (lees: boswandeling, ‘hunting is not shooting’) huiswaarts keren. De tijd tussen het avondmaal hebben we besteed aan het oplappen van het dak van een schuur. De enige maaltijd die zo’n dag niet op een sisser kan laten eindigen is een steak. Met Van Halen op de achtergrond werkte ik mijn steak binnen. De kater was afwezig maar het bier liet ik toch maar passeren.
1 opmerking:
Stefan, ben je donderdagnacht je situps vergeten te doen?
Ps: vertel me het hele verhaal maar eens :-)
Inge
Een reactie posten