zondag 26 oktober 2008

Zebra's en rode vleugels

Na een korte wandeling met zicht op wat de skyline van Windsor moet voorstellen, kwamen de drie p’tits belges aan bij de Joe Louis Arena. Meer dan 50%korting was voldoende om ons de rivier te doen oversteken voor een ijshockeywedstrijd. De arena telt zo’n 22.000 zitjes die toch voor een dikke 80%vol zaten. De toeschouwers hier verschillen wel wat met 'de supporter' van bij ons.
Ik ben wel al eens als toeschouwer naar sportwedstrijden gaan kijken. Van klasse sporten als Formule 1, zwemmen en klimmen tot spelletjes als eerste klasse voetbal en andere. Mijn vroegste levendige herinnering als toeschouwer is een voetbalmatch. Ik mocht samen met mijn overbuur en ‘de Robbie’ naar KVMechelen gaan kijken ‘met de Robbie zijne pa’. Ik was toen nog niet de beer die ik nu ben, erediensten werden nog niet aan mij opgedragen en mijn lichaam had de status van kathedraal nog niet bereikt. Ik was een ukje, een dropke, mijn lichaam had destijds meer weg van een klein Maria kappeleke (het soort dat je enkel nog langs kronkelende Vlaamse wegen aantreft) waar het dak was van afgewaaid en Maria een van de zijmuren had gebruikt als vlot om samen met haar kindje Jezus betere oorden op te zoeken. Ik was niet meteen de grootste.
Die match ‘met de Robbie zijne pa’ was dan ook een kleine jongen tussen de grote jongens ervaring. Net voor ik de deur uitliep en de auto in te springen, ritste mijn moeder mijn jas toe, gaf ze me een kus op de wang en stopte een muts in mijn jaszak ‘want die was ik zeker vergeten’.
Uiteraard was ik die vergeten, een man besteed zijn tijd niet aan zo’n futiliteiten.
Als jonge welpen tussen de leeuwen brulden wij onze ploeg naar de overwinning, dat was toch ons plan. Halverwege de eerste helft kregen mijn welpenoortjes het echter koud en besloot ik dat een muts toch best iets mannelijks had. Moderne mutsen zijn ‘kant en klare’ trek over je hoofd toestanden. De muts die in mijn jaszak zat was echter een old skool model, een uitgerekte ellips die aan beide zijde is dichtgestikt. Het opzetten van een old skool muts vereist de nodige aandacht. Tijdens de zoveelste ‘chocomousse gaat eraf en chocolat komt erop’ kreten regen waar ik de bijdrage aan de overwinning van ‘ons KV’ maar niet kon vatten, ging ik dan ook aan de slag. Verbazend snel had ik de juiste vorm te pakken en stond de muts op mijn hoofd. Verbazend snel had ‘de Robbie zijne pa’ mijn muts te pakken en zat ze weer in mijn jaszak. KVMechelen speelde tegen Charleroi (de zebra’s), wij stonden achter het doel van dé KV, mijn muts had zwart met witte strepen.
Of de kakkers met onze steun hebben gewonnen weet ik niet meer, ik weet alleen dat ik koude oren had en nooit nog met ‘de robbie zijne pa’ naar de voetbal ben gaan zien.
De Red Wings spelen in rood-wit, de Rangers spelen in het rood-wit-blauw. Gesterkt door mijn ervaring koos ik voor een neutrale kleur van trui met als opdruk ‘university of Windsor’.
In de NHL is er echter geen scheiding tussen de verschillende supportersvakken, iedereen zit hier vrolijk naast mekaar. De wedstrijd is echter maar 70% van de ervaring, de rest van de tijd brengen de fans door met het aan en afhalen van pizza’s, donuts, hamburgers, hotdogs, popcorn, cola, bier, whisky en andere dranken. De sportconsument leeft hier! zoveel is duidelijk.
Het gamma aan kreten is hier zeer beperkt, supportersliederen nagenoeg onbestaande. Ik heb mijn uiterste best gedaan om de Red Wings naar een gevecht te schreeuwen maar geen van de Red Knights die zijn handschoenen durfde te werpen om de vuisten op te rapen. De Red Wings zijn een finesse ploeg en mijden elk gevecht, ze wonnen wel in over-time met 5-4 van de Rangers. De fans leken me echter meer 'spectators' dan 'supporters'. Mijn buurman zat getooid in een Red Wings jersey, kocht hot dogs en dronk bier maar brak niet bepaald de stilte toen 'zijn ploeg' hem nodig had.
Ijshockey is niet enkel leuk om te doen maar ook om naar te kijken, een echte aanrader! Maar als je kan ga dan kijken naar ploegen als de Edmonton Oilers, die vechten wel.
Ik probeer een van de komende weken een wedstrijd van Windsor mee te pikken, ‘no finesse but lots of fists’.

Na de i-pod de i-94

Vorig weekend (17-19 oktober) ben ik voor de eerste keer de rivier over gestoken. De Verwerpelijke Staten houden er een ‘dry feet’ policy voor migranten op na en omdat het maar zelden regent in de tunnel onder de Detroit river was onze (Inge en Manu, 2 Belgen die al iets meer belegen zijn in Windsor reisden ook mee) kans op droge voeten meer dan realistisch. De kans om ongezien voorbij de douane te geraken meer dan optimistisch. De binnenkant van Caesars Palace heb ik nog niet gezien en ook dit gokje liet ik aan mij voorbij gaan.
De jongens en meisjes in het blauw hebben blijkbaar een voorliefde voor jonge mannen met donker haar. Vooral in Charleroi aka Bxl-South heb ik al meermaals van een extra portie affectie mogen genieten. Cowboy- en andere verhalen van buitenlanders die na hun aanraking met de US Customs nu ondergedoken leven in Canada noopten mij om mijn ontluikende baard zijn zicht op de wereld te ontnemen. Met weemoed keek ik hoe mijn donkere stoppels zich als lemmingen in de sifon storten. De langzame volgers moesten zich haasten om met de laatste snikken uit de kraan de sifon nog te halen. Ik verdapperde en haalde de nivea boven, glad als een aal zou ik de boys in blue verslaan.
De babybilletjes die mijn oren verbonden, krijsten onder de winterse ‘Windsor wind’ maar als een koene krijger bleef ik ijzig kalm en immer vriendelijk. Wachten op de bus is niet mijn hobby, geef mij maar de fiets op de (benen)wagen. Entertainment alom op de bus als blijkt dat Canadezen graag heel vroeg beginnen met ‘indrinken voor de match’ (Detroit Red Wings vs New York Rangers). De rit door de tunnel ging verbazend vlot, de blauwe brigade kwam snel dichterbij ... ze naderden.
Efficiëntie is NIET aan Kanadiërs of Amerikaanders besteed! De bus stopt net na de tunnel aan een douane kantoor, iedereen moet uitstappen, papieren tonen en terug de bus in.
Wacht, dat ging verbazend snel! Wat dan met ‘checkpoint Sam’, met bommenwerpers, bommenleggers en illegale onderleggers?
De buschauffeur wacht na het uitstappen een kleine 4 minuten, tot zijn cassette van Engelbert Humperdinck is teruggespoeld, en zet vervolgens zijn gevaarte weer in beweging. Wie na die 4 min nog niet door de controle is geraakt moet wachten, krijgt een papiertje en mag of met de volgende bus mee of krijgt een ander papiertje en mag te voet verder. Controleren voor mensen op de bus gaan zou té gemakkelijk zijn.
De doorgang voor KanAmerikanen gaat bi-zonder snel: next-swipe-next ....
De doorgang voor verderfelijk gespuis uit vreemde landen als Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan en andere Belgistans moeten echter een speciaal document voorleggen. Eens je dit document in je bezit hebt mag je 90 dagen lang genieten van de vlotte doorgang aan alle grenzen van de U-state-it Nights. Zonder dit papiertje ben je echter als een gigantische immodiumtablet in een door cheeseburgers en cola ontregelde flora. Je bent wel welkom maar je hoort er niet echt thuis en dat laten ze je maar al te graag weten.
Ik was die immodiumtablet, maar dan wel gladgeschoren en met een glimlach tot net onder de oren (over the top but not too much! That’s the US way).
Mijn strijd begon! De teerlingen waren geworpen en Caesar stond achter me. Deze paleiswacht zou niet kraken, niet terugpraten en blijven lachen. Mijn tegenstander deed echter net hetzelfde. De koude oorlog had zijn hoogtepunt bereikt, mijn kinderkaken stonden rood van verlangen en van de warme busrit.
Mijn glimlach en ik, wij verzaakten niet!
De douanier was niet geheel onontvankelijk voor zoveel charme en hij nam zowaar de pen ter hand en vulde een deel van mijn i-94 formulier in. Ik veronderstel dat het document probeert mee te surfen op de golf van andere i-hypes zoals de -pod, -phone en in de US bij republikeinen populaire –rak.
Het groene kleinood was op een wip en een knip ingevuld en slechts een kleine formaliteit scheidde mij van een blij weerzien met de buschauffeur ... fingerprints.
Geen zwarte inkt en rollen met de vingers maar een hoog technologische scanner. De ingenieurs in kwestie zijn blijkbaar wel een niche vergeten in hun design, klimmers. De daadkrachtige douanier deed zijn best om me door de reanimatie van mijn vingers te praten ‘breathe on it’, ‘breathe on it again’, ‘breathe harder’, ‘push harder’ maar mijn ‘fingerprint’ had reeds enige tijd de achterdeur genomen, wellicht om als een wezel de lemmingen te gaan opwachten. Na herhaaldelijke pogingen nam de man dan toch genoegen met het beetje aan informatie dat hij uit mijn rechterwijsvinger kon halen en konden wij onze weg verder zetten, te voet want de bus chauffeur was net als de wezel en de lemmingen reeds ver op het hazenpad gevorderd.

Met dank aan de windmill in Sandwichtown, gibraltar climbing hall en mijn eigen 'fingerboard'!

dinsdag 14 oktober 2008

CCC: Candy Coffee Columbia

Zondag werd verzamelen geblazen bij de Bloomfields. Met zijn elven schoven we, na een wandeling in een ander bos, de benen onder tafel om de kalkoen te nuttigen. Vreemde ‘side dishes’ zoals squash bleken heel lekker te zijn. Squash lijkt op een pompoen maar is de ‘sier’variant, groen of gele kleuren. De bereiding ervan is heel makkelijk (doormidden klieven, ontpitten en een uurtje omgekeerd in de oven en daarna uitlepelen en vervolgens pureren). Een feesttafel in Canada lijkt niet helemaal op een feesttafel in België. Uiteraard is de tafel groot en voorzien van de nodige decoratie. Maar daar waar ik een simpel bloemstuk of een paar kaarsen gewoon ben blinken schitteren de tafels hier door slingers en snoepgoed. Een paar stevige ruikers toppen dit aroma-bombardement af. Niets op tegen, maar toch even anders dan thuis.

De kalkoen was heerlijk en het gezelschap eveneens. Als afsluiter van de dag volgde een dessert-buffet en een glas wijn in de hottub. Dit hele weekend heeft mijn batterijen weer stevig opgeladen. Windsor is Schoonzicht niet, Gibraltar climbing hall is de Hungaria of Fontainebleau niet, maar ik ben helemaal klaar voor de rest van dit semester.
Na een weekend van dat bol stond van ‘eerste ervaringen’ (jagen, thanksgiving, Hillsdale, Canadese bossen en een 16!!!baanvakken brede autostrade (ter hoogte van Toronto)) zijn we op de terugweg gestopt voor mij eerst Tim Hortons koffie. Tim Hortons is zowat de Canadese Starbucks, er is er een op elke straathoek en je ziet overal mensen rondlopen, joggen, rolschaatsen, fietsen, ... met een bruine beker van ‘Timmy’s’.
Omdat de autosnelweg toch zou kreunen onder de terugtocht van de city-folks uit de country side zijn we over secundaire wegen van Hillsdale naar Waterloo gereden om daar de homestretch tot Windsor in rechte lijn aan te vatten.
De batterij van mijn camera was jammer genoeg niet opgeladen, geen foto’s dus.
Heel wat ‘first experiences’ and I liked it. Ik ga proberen van met kerstmis toch ook een kleine week in de natuur door te brengen. Ik heb een Columbia outlet store ‘ontdekt’ waar zelfs mijn gierige geldbuidel gniffelt om sommige prijzen. More to come...

Hunting is not shooting!

Als je als kalkoen de 2e dinsdag van oktober haalt dan mag je camouflage pak er best wezen. De tweede maandag van oktober vieren ze hier in Canada Thanksgiving. Gigantische ovens worden gevuld met gigantische kalkoenen. Gigantische auto’s voeren mensen naar ovens, kalkoenen en familie.
Ik mocht dit weekend mee met Leigh naar zijn ouders in Hillsdale, zo’n 6uur rijden van Windsor (Noord-Oostwaarts). Tijdens de heenrit in de PT Cruiser waren we met z’n drieën: Leigh, ik en een gigantische kater. Gelukkig hadden we weinig verkeer en verliep de rit zonder al te veel hindernissen en scherpe bochten zodat de kater niet al te hard aandrong om gelucht te worden. Zaterdagochtend kregen we beide, de kater had toen reeds het hazenpad gekozen, een Canadian breakfast. Spek, eieren, aardappelen, toast met boter, spek, eieren, spek, toast, spek ... een stevige maaltijd dus. Omdat het niet altijd spek kan zijn trokken we daarna op jacht in de bossen van Hillsdale op zoek naar partridge. Mijn lodderig oog heeft 4 patrijzen vakkundig zien vluchten. Geen gebulder uit de loop, ze jagen hier niet met een tweeloop maar met een shotgun, de vogeltjes en de bomen deden hun werk net iets te goed. Omdat er toch op iets geschoten moest worden gingen we op zoek naar ander wild. Ook ik kreeg mijn kans! Een geweer (met kogel, 270 voor de kenners) met een grendel zoals de Duitse wapens in ‘den oorlog’ hadden deed dienst als verlengstuk van mijn mannelijkheid. Gebogen over de laadbak van de pick-up truck, benen gespreid en met de kolf stevig in de schouder ging ik op zoek naar een waardige tegenstander. Geritsel in het struikgewas, twijgjes breken, de spanning stijgt... Ik probeer mijn hartslag laag te houden ... eerst een beetje en daarna steeds meer... dead on target.. ik knijp in de trekker en mijn kogel vertrekt! Een ongelofelijk gesuis gaat door mijn oren, maar mijn schouder zit nog steeds netjes in de kom en voelt eigenlijk nog zeer fris. Vakkundig werp ik de huls uit en raap ze vervolgens op om de 100m die mij van mijn prooi scheiden in looppas te overbruggen. Huppelen leek me wat gevaarlijk met al die geweren in de buurt. Gehurkt en hijgend aanschouwde ik mijn ‘vol’treffer. Mijn schot was horizontaal netjes waar ik het hebben wou, maar zat zo’n 10cm onder de vitale organen. Zeker van mijn stuk wandelde ik trots en voldaan terug ‘dat is alvast een kartonnen doos minder om konijntjes te terroriseren’. Ik ondernam een iets minder succesvolle poging met een zwaarder kaliber (30.06 semi-automatic) maar trof de roos niet. ½ mag dan voor de lotto wel een aantrekkelijke kans zijn, maar een echte jager doet toch beter. Om mijn ‘stats’ op te trekken ging ik voor mijn laatste poging dan ook resoluut voor de kill met de shotgun. 20m tussen schutter en doel en een wolk van hagel om de meest verstrooide jager bij te staan. Zonder steun en met de kolf in de schouder ... een enorme knal ... mijn eerste bekommernis was dit keer niet ‘was het raak?’ maar wel ‘hangt mijn arm er nog aan ?’. De terugslag van de shotgun is belachelijk, maar doeltreffen doe je er wel mee.
Bij deze wil ik graag een paar mythes ontkrachten:
De terugslag bij een wapen met lange loop gaat linear naar achter, dus niet omhoog zoals in de films.
Arnold mag nog zoveel olie smeren en shakes drinken als hij wil, geen mens die een shotgun ‘single handed’ hanteert kan dat ding controleren.
De kalkoen voor zondag zat gelukkig al in de frigo en dus konden we na een lange jacht (lees: boswandeling, ‘hunting is not shooting’) huiswaarts keren. De tijd tussen het avondmaal hebben we besteed aan het oplappen van het dak van een schuur. De enige maaltijd die zo’n dag niet op een sisser kan laten eindigen is een steak. Met Van Halen op de achtergrond werkte ik mijn steak binnen. De kater was afwezig maar het bier liet ik toch maar passeren.

dinsdag 7 oktober 2008

The four horsemen of the apocalypse

Verraad, valse meester, de anti-christ

Obama staat voor verandering, de man die eigenhandig de schimmel uit de politiek zal halen. De Belgische politici genieten echter de twijfelachtige eer de ruiters te mogen zijn van een andere schimmel. In de wandelgangen van de wetstraat is al menig Vlaming (het klinkt hier even beter dan Belg) voor schut gezet.
Eind ’96 ging het om frankskes die de jannekes en miekes, verblind door nationale trots en gerustgesteld door zowat iedereen met een strohalm aan macht in België, verloren toen ze samen met Jo&Pol hun zeepbel zagen barsten.
Eind ’08 gaat het om euro’s die jannekes, mohammeds en natashas met emmers naar de kust zien vloeien.
Waarom krijgt Fortis een F van de regering en Dexia een B of op z’n minst een deliberatie? Een heel gordijn aan drog- en andere redenen zullen de komende dagen waarschijnlijk de voorpagina’s van de kranten sieren. Voor jan-modaal en al die andere in onze multi-culturele samenleving zal het antwoord op deze vraag waarschijnlijk achter deze constructie verborgen kunnen blijven. Een blik op de raden van bestuur spreekt echter boekdelen. De raad van Fortis had Maurice. In Melle, waar ik op internaat heb gezeten, was Maurice de kuisman die steevast, met een op zijn onderlip balancerende half gedoofde sigaret, de wc’s moest kuisen. De Maurice van Fortis had op het moment van de waarheid nog evenveel politieke uitstraling als zijn naamgenoot uit Melle. Voor hem gold dan ook ‘my kingdom gone’.
De raad van bestuur van Dexia daarentegen herbergt kleppers als Dehaene, de voorzitter van het ACW en nog een handvol burgemeesters. Belangenvermenging zegt u?
Of Mohammed Dehaene kent valt te betwijfelen. Janneke en mieke kennen hem zeker wel! Dehaene was immers ook lid van de raad van bestuur van die andere ‘zekere investering’ Lernout & Hauspie. Waar Hans und Grettel in ’45 niet wegkwamen met een goedkoop excuus als ‘wir haben es nicht gewusst’ lijkt dit voor Jean-Luc probleemloos te werken. Toegegeven de feiten zijn zeker niet te vergelijken. Of het ook een tweede keer lukt ... waarschijnlijk wel (voor als u het zich afvraagt, toeval)

Hongersnood

De honger naar succes, ook wel drang genoemd, is voor sommige onweerstaanbaar. Zijn lokroep luider dan duizend kelen die op aangeven van Regi in het sportpaleis die handen, die handen, die handen in de lucht steken om vervolgens ‘I would walk on water’ te schreeuwen naar hun jonge god met! blonde manen maar zonder orhodontist.
Rico, Schumacher en Schleck ze mochten allemaal lek rijden, terugkomen deden ze toch, de goden van het peloton. Betrapt op cera, niet de gelijknamige bank die nu onderdeel uitmaakt van KBC (toeval, dat weet u ondertussen toch al) en dus afgeschreven wegens verbrand... ware het niet dat de jockey van deze ‘zwarte parel’ patrick Lefevere heet. Lefevere zou met zijn hypocrisie niet misstaan op de schimmel die op en neer huppelt over de wetstraat. De Rico’s, Schumachers en Schlecks die komen terug en zullen dat blijven doen zolang de teugels in handen blijven van de huidige menners. De mennekes en ketten die langs de kant staan met vlag en vaandel zullen dat ook blijven doen. ‘wat moeten we anders doen meneer?’ De ARD lijkt daarop een antwoord te hebben gevonden, Meneer en menner lijken in het Duits dan ook sterker op mekaar (toeval, uiteraard).

Oorlog

Oorlog was het vandaag in Afghanistan, Irak, DR Congo en vele andere landen. Gisteren kon mits zeer vrije en ruime interpretatie Gent aan dat rijtje worden toegevoegd. Na het verklaren van hun onafhankelijkheid halen de Gentenaars nog maar eens het nieuws. Dewinter en de zijne kwamen een paar stevige linkse tegen (al zulen er ook wel een paar linksen zijn die een rechtse gesmeten hebben) op weg naar een debat aan de faculteit letteren en wijsbegeerte. Het moet goed vertoeven zijn daar in Gent!

Het vierde paar was bleek en ziekjes en bleef daarom op stal.

zondag 5 oktober 2008

From striking 'so little' to strikingly solid

De temperatuur schommelt hier de laatste dagen als een goede huisvader-aandeel op en neer. De ene dag is het tegen de 25° en zonnig, de andere is het zonnig weer bij een magere 8°. Of dit enige invloed heeft gehad op de, zoals eerder aangehaalde, sterk verminderde vechtlust bij de stakers is onzeker. Wat wel zeker is, is dat morgen voor de eerste keer in ongeveer 2,5 week er weer lessen zullen zijn.Eindelijk weer wat werk en meer mensen.
Allemaal goed en wel zo'n staking, maar om mensen te leren kennen is het niet ideaal. Een groot deel van de studenten zijn gedurende de staking huiswaarts getrokken en de feestjes en andere welkom-activiteiten zijn ook niet doorgegaan. Gelukkig was er nog de klimzaal, waar ik overigens aardig op weg ben om deel van het meubilair te worden.
De afgelopen dagen stonden dan ook bol van het mensjes-kijken aan de riverside, klimmen en speurneuzen.
Het mysterie van de afwezige cheerleaders in Windsor is ontrafeld en pikanter dan verwacht in het toch wel gelovige Canada! De Sunday Telegraph mag beweren wat ze wil over de gevaren van het cheerleader zijn. De Windsor cheersquad is niet ten onder gegaan aan massale paraplegie of een plotse carpeltunnel epidemie door te zware pompons.
Een van de huppeltrutjes had blijkbaar een hidden agenda en wou het schoppen tot Hollywood-ster. De screentest met haar vriendje is hierbij 'door stom toeval' in zo'n 300 studenten hun inbox terecht gekomen, samen met haar 'lijvig' portfolio. De schande bleek te groot om te verwerken en dus werden de meisjes naar hooters verwezen en namen de 'roids boys naast het beuken ook het huppelen op zich. Toeval of niet, de ‘tea-time’ visualiserende lans in het logo van de lancers moest enige tijd later plaats maken voor een manmoediger exemplaar dat trots ten aanval trekt. Toch toevallig al dat toeval hier in Windsor.

vrijdag 3 oktober 2008

Tu dors Claude?

In Canada spreken ze officieel twee talen, Frans en Engels. Net als in de Ustated Knights zijn er hier binnenkort verkiezingen. Helaas geen reality show waarin een ex-miss, een zwarte, een bejaarde en een John Doe het tegen mekaar opnemen. De kandidaat premiers nemen het achtereenvolgens tegen mekaar op in een Engels en een Frans debat. Ik kan me maar met moeite van de indruk ontdoen dat ze de (wereld)politiek hier niet volgen. Het eerste debat heb ik dus gemist. Voor het tweede zat ik wel klaar. Ik had voor de gelegenheid zelfs een bananasplit klaar gemaakt! De promotie/campagne filmpjes lieten immers uitschijnen dat het er hard aan zou toegaan. Een politiek debat volgen in het Frans blijkt voor de zappende Canadees echter te uitdagend en dus dubben er er vrolijk op los. Omdat ik me liever niet in de schoenen plaats van een 35 jarige huisvrouw uit Marche-en-Famenne die Ridge, Brooke, Taylor en Sally dagelijks ziet worstelen met in het Frans onuitspreekbare voor- en plaatsnamen, ging ik op zoek naar een Franstalige zender. Tussen de reclame door zag ik een uiterst flauw debat met een overijverige moderator. Geef mij dan maar Biden vs Palin met een fris pintje. Voor zij die het gemist hebben, volgens Palin zitten de Taliban-i in Irak en is Joe Biden(!) oud.
Omdat ik er heilig van overtuigd ben dat dubben de tweetaligheid niet ten goede komt, nam ik vandaag de proef op de som. Met een t-shirt voorzien van het opschrift ‘Tu dors claude?’ trok ik ten velde. Mijn experiment is ondertussen 4u5min bezig en ik ben nog niemand tegen gekomen die deze zin foutloos kon vertalen. Sterker nog! Ik ben al 5 mensen tegen gekomen die niet eens wisten dat de opdruk in het Frans was. Voor de volledigheid, 85% van mijn proefpersonen hebben minimaal een Bachelor degree en iedereen krijgt hier 4 jaar Frans op school (dat laatste heb ik van horen zeggen).
‘Tu dubb claude?’